1. Wettelijk kader
De regels rond plaatsbeschrijvingen bij woninghuur in Vlaanderen zijn vastgelegd in het Woninghuurdecreet (in werking sinds 1 januari 2019). Het decreet bepaalt zowel de verplichtingen bij aanvang van de huur als bij het einde ervan.
2. Wat is het nut van een plaatsbeschrijving?
Een plaatsbeschrijving is een document dat de staat van het gehuurde goed beschrijft op het moment dat de huurder het betrekt (intredende plaatsbeschrijving) en verlaat (uittredende plaatsbeschrijving). Het is een essentieel instrument in het huurrecht.
De plaatsbeschrijving vormt het enige objectieve bewijs van hoe het pand eruitzag bij aanvang van de huur. Zowel de huurder als de verhuurder ondertekenen dit document zodat de toestand van het gehuurde pand vast ligt. Onder het Vlaams Woninghuurdecreet is een tegensprekelijke intredende plaatsbeschrijving verplicht en, als bij de aanvang van de huur toch geen omstandige plaatsbeschrijving is opgemaakt, wordt vermoed dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in de staat waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst, behoudens tegenbewijs, dat door alle middelen kan worden geleverd.
3. Is een uittredende plaatsbeschrijving verplicht?
In principe niet, maar in de praktijk wordt dit wel steeds gedaan om de toestand van het huurpand op het einde van de huurperiode te vergelijken met de toestand van het begin. Op basis daarvan kan worden bepaald of er schade door de huurder werd toegebracht. De huurder is namelijk aansprakelijk voor de beschadigingen of de verliezen die gedurende zijn huurtijd ontstaan, tenzij hij bewijst dat die zich buiten zijn schuld hebben voorgedaan.
Het woninghuurdecreet stelt namelijk dat wanneer er bij aanvang een tegensprekelijke plaatsbeschrijving werd opgesteld, deze bij het einde van de huur moet worden vergeleken met de toestand bij uittrede en daarvoor is een uittredende plaatsbeschrijving nodig. Belangrijk is hierbij dat zowel de huurder als de verhuurder deze uittredende plaatsbeschrijving ondertekend om tegenstelbaar en afdwingbaar te zijn.
4. Binnen welke termijn moet de uittredende plaatsbeschrijving gebeuren?
Het Woninghuurdecreet legt geen expliciete wettelijke termijn op waarbinnen de uittredende plaatsbeschrijving moet plaatsvinden, maar stelt wel “uiterlijk op het moment van de teruggave en aanvaarding van de sleutels van de huurwoning.”
Evenwel, als de huurder een uittredende plaatsbeschrijving weigert te ondertekenen of als er onenigheid ontstaat over de uittredende plaatsbeschrijving, dan moet (bij woninghuurcontracten gesloten sinds 1 januari 2019) de Vrederechter gevat zijn binnen de termijn van 1 maand na het verlaten van de woning door de huurder.
Voor oudere huurovereenkomsten (die werden gesloten vóór 01/01/2019) wordt dergelijke termijn niet gesteld, maar in dit geval is het uiteraard ook wel aangeraden om de Vrederechter zo snel mogelijk te vatten.
De Vrederechter kan dan een deskundige aanstellen om de uittredende plaatsbeschrijving te maken waarna de rechter op basis daarvan kan oordelen over eventuele schade.
***
Vragen?
Maak een afspraak op 050 33 66 03.