Het recht om in hoger beroep tegen een vonnis te gaan, is niet onbeperkt. De Belgische wetgever heeft minimumbedragen vastgelegd om te bepalen of een zaak vatbaar is voor hoger beroep.
De wettelijke drempels
- Vrederechter en politierechtbank: enkel vorderingen van €2.000 of meer kunnen in beroep worden behandeld.
- Rechtbank van eerste aanleg en ondernemingsrechtbank: hier ligt een grens op €2.500.
- Arbeidsrechtbank: alle vonnissen zijn steeds vatbaar voor hoger beroep, ongeacht het bedrag.
Waarom deze drempels?
De bedoeling van de wetgever is om het gerechtelijk apparaat te ontlasten en te vermijden dat relatief kleine geschillen onnodig lang aanslepen. Voor partijen betekent dit dat ze vooraf goed moeten inschatten of hun vordering de drempel haalt.
Wat betekent dit in de praktijk?
Een vonnis dat onder deze bedragen blijft, wordt “in laatste aanleg” gewezen. Dat betekent dat er geen hoger beroep meer mogelijk is en dat de uitspraak definitief is, behoudens uitzonderingen zoals cassatieberoep.